Oud Burger Mannen- en Vrouwenhuis
Het graf van het Burger Gasthuis, dat later Oud Burger Mannen- en Vrouwenhuis werd genoemd, is het enige graf op Ter Navolging dat de vorm heeft van een grafveld. Binnen dat veld is ruimte voor enkele tientallen graven.
Op de uitgiftekaart van kort na 1786 is te zien dat Het Burger Gasthuis, dat behalve Oud Burger Mannen- en Vrouwenhuis ook wel rusthuis en verzorgingshuis werd genoemd, dan al een plek had gereserveerd onder grafnummer 250. Bij de uitgifte had het graf overigens dezelfde omvang als de overige graven 2e klasse waarin plaats was voor een enkel graf. Waarschijnlijk heeft het graf rond 1831 zijn huidige afmetingen van een klein grafveld gekregen.
Dat jaartal 1831 staat namelijk op de grote stele (staande zerk) die op het grafperk domineert. Mogelijk is toen, of al eerder, een deel van de voor de 2e klasse bestemde ruimte bij die van het Burger Gasthuis gevoegd. Daarop wijst het feit dat Cornelia Margritta Blancken op 11 november 1831 binnen de grenzen van het grafveld werd begraven. Mogelijk zelfs herbegraven: volgens weer een ander document was zij al in april 1829 op 63–jarige leeftijd overleden.
Het totaal aantal personen dat op dit grafveld van het Burger Gasthuis is begraven is onbekend. Vast staat wel dat, op basis van het bewaard gebleven grafregister, daar sinds 1907 minstens 58 mannen en vrouwen hun laatste rustplaats hebben gevonden. Extrapolatie vanaf 1786 resulteert in meer dan 100 personen die er begraven liggen.
Sinds 2023 wordt het grafperceel afgebakend door een ketting. Deze is bevestigd aan paaltjes die ooit op de grafkelder van Spiering stonden. Deze paaltjes kwamen beschikbaar omdat deze bij de laatste restauratie van die grote kelder niet werden herplaatst.
Op de hoeken van het grafperceel is een vijftal paaltjes te zien waarop de Rijksappel, ook wel Koningsappel genoemd, is afgebeeld. Vier daarvan, die de vorm hebben van een vierkanten stenen blok, staan los en zijn waarschijnlijk van redelijk recente datum.
Eén paaltje, dat langwerpig is en een ronde bovenkant heeft, staat vast in de grond en markeert duidelijk een hoek van het grafveld.
Het is niet onwaarschijnlijk dat dit paaltje dateert uit 1831, het jaar waarin het grafperceel werd uitgebreid.
Deze eeuwenoude, voor het eerst in 1367 als Burger Gasthuisvermelde, Tielse instelling, hanteert nog steeds de Rijksappel als haar beeldmerk. De Rijksappel beeldt de wereldbol uit met daarboven het kruis van Christus. Het staat voor de soevereine macht van diegene die deze bol in zijn hand hield. De onderste helft van de bol stelt het continent Azië voor met daarbovenop de continenten Europa en Afrika.
Het teken is voor iedereen zichtbaar want bij de bouw van het toenmalige Gasthuis aan de Ambtmanstraat in 1804 werd aangebracht in de timpaan (driehoek) die de voorgevel van het markante pand siert.
Op het grafveld van het Gasthuis staan behalve de algemene zerk nog drie eigen kleine, qua formaat 2e klas, steles (staande zerken) van de volgende bewoners van het Gasthuis:
- Grada Jacoba Kramer
Tiel 22 december 1840 – 5 september 1938 Tiel - Gosewina Jacoba Post–van Tricht
Tiel 18 mei 1859 – 19 februari 1925 Tiel - Maria van Dulm–Augustinus
Tiel 24 januari 1853 – 5 mei 1941 Tiel) en haar man - Johannes Willem van Dulm
Ede 21 november 1842 – 12 januari 1918 Tiel
De overige overledenen moeten het doen met de waarschijnlijk 20e-eeuwse stele met de tekst: ‘Mogen de overleden bewoners in vrede rusten 1831–1949′.
Afbeeldingen:
= Rijksappel op nieuw verplaatsbaar paaltje
= Rijksappel op enige overgebleven oude paaltje

