OB 21 – De eerste steen van de synagoge

De eerste steen van de synagoge

De uit 1839 daterende sjoel ligt aan de Synagogesteeg en was als zodanig in gebruik tot 1943. Hij bood plaats aan 96 mannen en 40 vrouwen en kinderen. 

Na de oorlog was er, bij gebrek aan Joodse inwoners in Tiel en regio, geen mogelijkheid de Joodse Gemeente Tiel nieuw leven in te blazen. 
Daarom werd het al tijdens de oorlog leeg gehaalde pand verkocht aan de gemeente Tiel die het vervolgens ter beschikking stelde aan de moslimgemeenschap van Tiel. In 1987 werd het grondig verbouwde pand in gebruik genomen als moskee: ‘Er wordt tenminste nog gebeden’. 
Behalve in Tiel is er (in 2026) nog één andere plaats waar een synagoge de functie kreeg van moskee: Den Haag. Daar werd de synagoge aan de Wagenstraat in 1979 als zodanig in gebruik genomen.    

De eerstesteenlegging van de synagoge in Tiel vond plaats op 31 augustus 1837, een handeling die werd verricht door Jacob Kok, manhig (‘leider’) van het bestuur van de synagoge. De inwijding van de sjoel, waarvoor ook tal van niet-Joodse notabelen waren uitgenodigd was op 22 februari 1839. 

Een synagoge is niet alleen de plek waar diensten plaatsvinden met name een leerhuis, vandaar de veel gebruikte benaming sjoel. Dat woord is afkomstig uit het Jiddisch, tot aan de oorlog onder de Asjkenazische Joden de onderlinge voertaal. Deze Joden waren afkomstig uit en woonachtig in de landen die ten oosten liggen van ons land. 

Het Jiddisch, dat overigens met Hebreeuwse letters wordt geschreven, heeft veel kenmerken van de Duitse taal. Het woord sjoel is dan ook afgeleid van het Duitse woord Schule (school). Het lernen (leren; kennis vergaren) is een van de kenmerken van het jodendom. 
Net als in andere plaatsen met een Joodse gemeenschap was ook in Tiel de sjoel het centrum van het Joodse leven. De sjoel vormde het middelpunt van een klein ‘Joods Kwartier. Dat omvatte, behalve de sjoel, het mikwe (rituele bad), de ruimte waarin het bassin stond waarin het voor het mikwe bestemde hemelwater werd opgevangen, het grote hoekpand Sint Agnietenstraat / Westluidensestraat met ruimten voor de talrijke verenigingsactiviteiten, vergaderingen en de Joodse lessen voor de kinderen (én volwassenen) alsmede de woningen voor de chazan (voorzanger) die meestal rebbe (‘mijnheer’ ofwel leraar) werd genoemd, en de sjammes (koster).