C III 18 (238) – Mozes Levie Kalker

Mozes Levie Kalker

Mozes Levie Kalker (Varik 12 april 1842 – 18 januari 1904 Varik), was, net als de meeste van zijn geloofsgenoten, koopman van beroep.

Hij was weduwnaar van Rachel Meijer (Dodewaard 2 november 1847 – 26 april 1897 Varik) waarmee hij op 9 oktober 1872 in Dodewaard in het huwelijk was getreden.
Rachel Kalker – Meijer ligt in dezelfde rij III op nummer 6 begraven.
Het echtpaar kreeg zeven kinderen waarvan er (zeker) vier slachtoffer werden van de Sjoa (Holocaust). 

Vertaald uit het Hebreeuws staat op zijn matseva (grafmonument) met inliggende letters: 

Hier rust 
een ingetogen en rechtschapen man  
Moshe zoon van Avraham 
en de naam van zijn moeder was Merele 
hij stierf op maandag het Nieuwemaansfeest van Shevat 5664 
Dat zijn ziel gebundeld mag worden in het bundel van het eeuwige leven. 

T.N.Ts.B.H.

Het is onbekend wie de biologische vader is van Mozes Kalker. De tekst op de matseva verwijst naar aartsvader Abraham en dus niet naar de biologische vader. Die verwijzing naar Abraham is in deze omstandigheden gebruikelijk. De naamgeving van deze jongens, waarbij de moeder wel maar de vader niet bekend is, gebeurt bij de besnijdenis op de 8e dag. 
Overigens is deze manier van naamgeving ook gebruikelijk bij een proseliet, iemand die is overgegaan tot het Jodendom. 
Omdat zijn biologische vader niet bekend was, of door de moeder niet bekend (om wat voor reden dan ook kon worden) gemaakt, droeg het kind Mozes de achter-/familienaam van zijn moeder. 

De geboorteaangifte werd gedaan door de toen 72-jarige Emanuel Nathan Kalker, de vader van Jannetje Kalker, de moeder van Mozes. 

Het Nieuwe Maansfeest, Rosj Chodesj, was vermeld staat op de matseva, het begin van een nieuwe maand, wordt tegenwoordig minder belangrijk geworden dan vroeger. Wel wordt deze dag nog steeds gezien als een dag van blijdschap en daarom wordt er op deze dagen niet gevast of gerouwd. Integendeel: deze dag wordt beschouwd als een uitgelezen dag om te trouwen. 
Andere gebruiken die met deze dag samenhangen zijn het geven van geld aan de armen en het ontsteken van lichten. 

Op de matseva staat (mogelijk) de gestileerde afbeelding van een sjofar (ramshoorn) waarop tijdens Hoge Feestdagen wordt geblazen. Of Mozes Levie Kalker tijdens de Hoge Feestdagen (Rosj Hosjana en Jom Kipoer) op de sjofar blies is niet bekend. Gezien het lage aantal leden van deze kehila in Ophemert is de kans zeker aanwezig! 

Varik hoorde bij de van de halfweg de 19e eeuw tot 1928 bestaande Joodse Gemeente Ophemert. Deze had wél achtereenvolgens twee synagogen op de dijk, maar geen eigen begraafplaats. Nadat de eerste synagoge was vervallen werd deze opgeknapt en in 1875 opnieuw ingewijd.

Afbeeldingen

= een sjofar (ramshoorn)
= een ‘gestileerde’ sjofar op de matseva (grafsteen) van Izak Kalker