C II 11 Jisraël Cohen de Markas

Jisraël Cohen de Markas

Jisraël Cohen (Assen 15 juni 1822 – 24 februari 1890 Tiel) was gehuwd met Berendina de Markas (Amsterdam 12 juni 1829 – 6 september 1890 Haarlem).

Berendina Cohen de Markas vertrok op 8 juni 1890, enkele maanden na het overlijden van haar man, naar haar in Haarlem woonachtige zuster om daar nog geen drie maanden later te overlijden.

Op de matseva staat (vertaald uit het Hebreeuws) de volgende tekst:

Hier rust
De eerbiedwaardige notabele de ge’eerde heer Jisrael
Zoon van de ge’eerde David ha-Cohen de Markas ¹)
En de naam van zijn moeder was Belle
Hij overleed op dinsdag 5 Adat 5650 

Dat zijn ziel gebundeld mag worden in het bundel van het eeuwige leven.

¹) ha-Cohen = de priester, afstammeling van Aaron.

Bij KB (koninklijk besluit) van 8 augustus 1868 mochten beiden de achternaam Cohen de Markas dragen!

De achternaam Markas heeft (waarschijnlijk) een Hongaarse en daarmee in ieder geval voor een deel een Asjkenazische (Joods-Oost-Europese) achtergrond heeft.

Ook de registratie in zowel het Archief van de gemeente Amsterdam als in het bevolkingsregister van Tiel duidt daar op: Ned. Isr. en geen Port. Isr.’ zoals bij de Sefardiem (met voorouders uit Spanje en Portugal).

Op 15 september 1870 werd Cohen de Markas geïnstalleerd als Officier van Justitie bij de Arrondissementsrechtbank in Tiel. Hij was al snel maatschappelijk én politiek, actief. Zo werd hij in 1872 lid van de Kiescommissie en steunde hij in 1877 de kandidatuur van Dr. F.Ph. Küthe als aankomend lid van de gemeenteraad van Tiel.

Het echtpaar woonde ‘op stand’ aan het Kalverbos. Na zijn overlijden en enkele dagen naar het vertrek van de weduwe naar Haarlem werd de inboedel van het pand ‘publiek verkocht’. Onder andere, behalve tafels, stoelen en veel keukengerei, een pianino (kleine piano), sierplanten in den tuin’, gaskronen (het was de tijd van voor de aansluitingen op het elektriciteitsnet) en boeken in de rechtsgeleerdheid en letterkunde.

Veel Joden die daartoe de geestelijke vermogens, het doorzettingsvermogen én de financiële middelen hadden de mogelijkheid te kiezen voor een van de vrije beroepen zoals die van arts en jurist. Voor de anderen ‘resteerden’ het beroep van koopman en de bij hun geloof behorende ambachten zoals die van slager en bakker. 

Overlijdensadvertentie van J. Cohen de Markas