B III 11 – Elburg-Zwelheim

Elisabeth Elburg- Zwelheim

Elisabeth Zwelheim (Hilversum 1 april 1870 – 28 september 1942 Tiel) was de laatste van de twee personen die tijdens de oorlog op het Tielse Bet Olamwerd begraven. 
De ander was Engelina de Haas (Stad Almelo 6 februari 1872 – 16 december 1941 Apeldoornsche Bosch) die zichzelf, als bewoner van deze inrichting, volgens een politierapport, door verdrinking van het leven had beroofd.

Elisabeth Zwelheim was van beroep koopvrouw en de echtgenote van Jacob Elburg, de laatste rebbe (leraar) van Tiel, of, zoals in het bevolkingsregister staat: ‘godsdienstonderwijzer.

Het echtpaar woonde met het kinderrijk gezin in de dienstwoning voor de chazaniem (chazans) aan de Westluidensestraat 32 in Tiel. Via de achterdeur was er vrijwel directe toegang tot de erachter gelegen synagoge (sjoel).

Deze sjoel, in 1839 in gebruik genomen, had weliswaar een sober uiterlijk en gebouwd in de zogenoemde ‘waterstaatsstijl, maar was van binnen rijk voorzien van tal van ornamenten. Dat vooral te danken aan de inzet van de vrouwenvereniging, de Chevra Bikoer choliem, die het gebouw onderhield en op tijd voorzag in vervanging van versleten tapijten en dergelijke.

Elisabeth Elburg–Zwelheim overleed enkele weken voor de 1e razzia in Tiel op 17 november 1942. Dankzij moedige interventie van de Tielse politiecommissaris De Jong, die zoveel mogelijk Joodse inwoners waarschuwde, konden, op de alleenstaande en alleen wonende Rika van der Horst, alle Joodse Tielenaren een attest overleggen betreffende hun gezondheid of onmisbaarheid.  

Deze razzia, een actie om een bepaalde groep mensen, in dit geval Joden, op te pakken, werd uitgevoerd in een aantal Gelderse steden: Apeldoorn, Arnhem, Borculo, Doetinchem, Nijmegen, Riel, Winterswijk en Zutphen.

Door de interventie van politiecommissaris De Jong kregen de Joodse inwoners van Tiel de gelegenheid onderduikadressen te vinden voordat de 2e razzia, op 9 april 1943, plaatsvond. 
Die 2e razzia was gericht op alle Joden in Noord- en Oost-Nederland. Op die datum werden 7 Joodse inwoners uit Tiel, 4 uit Ochten en 6 uit Ophemert opgehaald en naar het in januari 1943 geopende Konzentrationslager Herzogenbusch, Kamp Vught, overgebracht. Van daaruit werden zij, via Westerbork naar Sobibor overgebracht waar allen direct na aankomst werden vermoord.  

Twee van hen, de gezusters Kalker uit Ophemert, overleefden als enigen doordat zij in Vught te werk werden gesteld in het Philips Kommando. Zij maakten, na een gevangenenuitwisseling, de bevrijding mee in Zweden.

Jacob Elburg, voor zijn broodwinning behalve rebbe (godsdienstleraar) en chazan (voorzanger) ook koopman in antiek, werd op 11 mei 1943 in Sobibor vermoord. Dat samen met zijn dochter Johanna, die na het overlijden van zijn vrouw bij hem was komen wonen en de niet al ondergedoken of al opgepakte leden van zijn kille (Joodse Gemeente). 

Van de zeven kinderen van Elburg en zijn vrouw die volwassen werden overleefden er drie de sjoa. De negen kinderen die zij en haar man kregen waren:

  • Johanna Elburg 
    Hilversum 27-12-1898 – 11 juni 1943 Sobibor
  • Eliazer Elburg 
    Hilversum 30 oktober 1899 – 31 juli 1900 Hilversum
  • Arie Elburg
    Hilversum 15 oktober 1900 – 19 april 1944 Cimahi Tengah Bandung Java Indonesia
  • Eleazar Elburg
    Hilversum 04-05-1902 – 28 februari 1943 Auschwitz
  • Meijer Elburg
    Hilversum 8 oktober 1903 – 1974 Melbourne
  • Hendrika Elburg 
    Hilversum 25 februari 1906 – 4 september 1997 Amsterdam
  • Rebecca Elburg
    Hilversum 06 september 1907 – 22 januari 2004 Amsterdam
  • Doodgeboren zoon
    Hilversum 13 oktober 1910
  • Henriëtte Elburg 
    Zwolle 08 mei 1913 – 9 april 1943 Sobibor 

Afbeeldingen 
= Rebbe Elburg met het echtpaar Kalker – Kalker op 9 mei 1921. Allen werden slachtoffer van de Sjoa
= De door de Joodsche Raad ingevulde kaart van Elburg. Daarop is rechtsboven te zien dat hij vanuit Vught werd overgeplaatst naar Westerbork. Op 11 mei 1943 vond het transport plaats naar Sobibor waar hij direct na aankomst werd vermoord
= De kaart waarop zijn aankomst in kamp Vught werd geregistreerd