A X 1 – Samuel van Blijdesteijn

Samuel van Blijdesteijn

Samuel van Blijdesteijn (of Blijdenstijn
(Varik 4 april 1812 geboren – 20 februari 1872 Ophemert) was koopman van beroep.

Op 24 mei 1850 trouwde hij in Schijndel met Elisabeth van de Waal (Schijndel 18 september 1819 – 29 april 1905 Ophemert). 
Zij ligt op de Joodse begraafplaats in Tiel in graf C III 22.

Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort:

  • Hijman van Blijdenstijn
    Ophemert 8 november 1852 – 17 mei 1855 Ophemert
  • Louisa van Blijdenstijn
    Ophemert 22 maart 1854 – 25 juli 1913 Utrecht
    Op 15 september 1886 trad zij in Utrecht in het huwelijk met
    Benjamin Wolff (Meppel 1 juli 1858 – 1 februari 1925 Utrecht), koopman van beroep.
  • Marianna van Blijdenstijn
    Ophemert 27 april 1856 – 24 oktober 1919 Eindhoven
    Op 3 april 1883 trad zij in Ophemert in het huwelijk met
    Joseph de Heer (Enschede 2 oktober 1853 – 16 februari 1935 Eindhoven), van beroep textiel- en linnenfabrikant.
  • Elias van Blijdesteijn
    Ophemert 17 mei 1858 – 9 augustus 1933 Tiel
    Hij trad op 17 mei 1900 in het huwelijk met zijn nicht
    Esther Blijdensteijn (Waardenburg 2 maart 1873 – 9 juni 1949 Tiel).

Samuel was een van de talrijke telgen van het geslacht Van Blijdesteijn die dat beroep uitoefenden. Overigens wordt de familie-/achternaam van de leden van dit geslacht op tal van manieren geschreven zoals Van Blijdesteijn, Van Blijdenstijn, Van Bleidestein, enzovoorts.

Hoewel de geleerden het niet met elkaar eens zijn vestigden zijn voorouders, de gebroeders Levi en Hijman van Blijdesteijn zich in 1813 vanuit Braubach (‘am Rhein’) via Bonn, Keulen, Venlo, Nijmegen, Druten en Varik in het verderop stroomafwaarts aan de Waal gelegen dorp Ophemert. 
Daar zou vader Hijman (of/later Herman) zijn (tot op heden lang niet vaststaande oorspronkelijke) achternaam Freudenstein hebben gewijzigd in Hijman van Blijdenstijn (Andernach ca. 1773 – 20 februari 1847 Ophemert).
Uit de tijd van de zonen van Hijman van Blijdesteijn, Samuel en Emanuel, dateert het volgende rijmpje dat slaat op de handel die zij dreven:

Samuel en Manuel, 
dat zijn twee gezellen.
Samuel verkoopt de lappen,
Emanuel die koopt de vellen.

Dat duidt er op dat er op twee manieren handel werd gedreven: enerzijds werden stoffen en manufacturen (textielproducten) verkocht en anderzijds werden de huiden van de door de boeren aan huis geslachte (meestal) runderen, opgekocht.

De in het rijmpje genoemde Emanuel was de in 1807 in Ophemert geboren en daar op 29 april 1849 overleden oudere broer van Samuel. Ook hij was, uiteraard, koopman van beroep.

De familie Van Blijdesteijn concentreerde zich steeds meer op de handel in textiel en rond de overgang van de 19e naar de 20e eeuw trok Elias van Blijdesteijn (Ophemert 17 mei 1858 – 9 augustus 1933 Tiel) met een zware houten kist vol manufacturen en stalen van stof, langs de boerderijen. Eerst mogelijk op de rug maar al snel met de kist op de door Dries de Vree voortgeduwde kruiwagen en later op de fiets. Het was de start van het in 2026 bijna 200 jaar oude Modehuis Blijdesteijn. 

 

Afbeeldingen

= De kist van Elias van Blijdesteijn en de inhoud in close up