OB 26 – Kohaniempad

Kohaniempad

Omdat het nazaten van priesters, de Kohaniem/Cohaniem, verboden is op een onreine begraafplaats te komen zijn voor hen op veel Joodse begraafplaatsen aparte paden aangelegd.

Op de Joodse begraafplaats in Tiel is zo’n pad alleen te vinden op vak A, het oudste gedeelte, met een uitloper naar vak B, het vak dat bestemd was voor kindergraven en waar tot 1877 de entree via het inmiddels gesloopte metaheerhuisje was gelegen.

In een aantal opzichten voldoet het Bet Olam (Huis van de Eeuwigheid) van Tiel niet aan alle voor Kohaniem geldende criteria.  

Zo mist het metaheerhuisje een apart gedeelte voor de Kohaniem. Omdat het stoffelijk overschot onrein is moeten de Kohaniem zich eigenlijk in een afgescheiden aangrenzende ruimte bevinden. 
Verder is de afstand tussen de graven en het pad kleiner dan de voorgeschreven circa 2 meter. Verder ontbreekt een verticale afbakening in de vorm van paaltjes die vaak onderling door een koord aan elkaar zijn verbonden.

Opvallend, en pleitend voor de functie van Kohaniempad, is dat (vrijwel) alle graven in vak A van mannen met de naam Cohen zich aan of bij het pad bevinden.

In vak C, het uitbreidingsgedeelte bevindt zich geen apart pad. Daar is sprake van een klein aantal mannen met de naam Cohen.

Of het pad dus een echt de functie van een Kohaniempad had is onbekend en zal dat ook wel altijd blijven.