B III 9 – Benjamin Manassen

Benjamin Manassen

Benjamin (Ben) Manassen sr. werd op 19 november 1872 in Druten geboren en overleed op 17 oktober 1937 in Tiel.  

Hij was een van de telgen van een tot 1766 teruggaand geslacht van vleeschhouwers, slagers, dat zich vanuit Duitsland in het oostelijke deel van het Land van Maas en Waal, onder andere in Horssen, was gaan vestigen.  

Het vak van vleesschouwer was, vanwege de Joodse spijswetten en de daarbij horende voorschriften betreffende het slachten en het bereiden van vlees, onlosmakelijk verbonden aan het Joodse geloof. Dat leidde er toe dat in sommige dorpen in het Rivierengebied, zoals men wel eens zei, meer Joodse slagers woonden dan er Joodse inwoners waren!

Een van de 613 mitswot (Joodse voorschriften met 248 geboden en 365 verboden) betreft de manier waarop er geslacht moet worden om het vlees koosjer te laten zijn.  


Koosjer 

In kort bestek komt het er op neer dat koosjere op het land levende dieren herkauwer moeten zijn met gespleten hoeven. Rund, schaap, geit en hert mogen dus wel worden gegeten, varken, paard, kameel of haas niet.
Van de vogels mag de kip worden gegeten. Befaamd is de ‘kibbensoep’ die de Joden op de avond voor de sabbat eten! 

Vissen mogen alleen gegeten worden als zij vinnen en schubben hebben.

Landdieren en vogels moeten door een volwassen Joodse man op een rituele wijze worden geslacht. Dat wil zeggen dat de keel in één haal moet worden doorgesneden waardoor het bloed het dode lichaam snel moet kunnen verlaten. Verdoving of bedwelming voor de slacht is niet toegestaan en zou, volgens de Joodse alsook Islamitische deskundigen niet nodig zijn omdat het dier door de combinatie van de grote snee in de hals én de daaropvolgende snelle verbloeding direct het bewustzijn zou verliezen.

Alle regels rond het al dan niet toegestaan zijn van voedsel zijn vastgelegd in de frequent  geactualiseerde kasjroet, de wetten rond het voedsel.

Bij de sjechita (rituele slacht) moet het chalaf (slachtmes) vlijmscherp en kaarsrecht zijn om het dier onmiddellijk te kunnen doden. Het mes wordt na elke slachthandeling op scherpte gecontroleerd. 

Na de slacht wordt het vlees volgens joods gebruik gekeurd waarbij onder meer de longen worden onderzocht. Zieke dieren worden trouwens sowieso afgekeurd voor consumptie.
Behalve alle vetdelen en vetvliezen haalt de slager ook het vet uit de aderen: daarin kan zich nog gestold bloed van het geslachte dier bevinden. Dit ‘koosjer maken’ van het vlees heet ‘poorsen’. 

Omdat het consumeren van bloed strikt verboden is wordt al het bloed dat zich na de toepassen van de halssnede nog in het geslachte dier bevindt daaraan onttrokken door het vlees veelvuldig te zouten.

Bij het volgens de joodse regels ritueel slachten worden eisen gesteld aan zowel de opleiding, vakbekwaamheid, toetsing, toezicht, kwaliteitscontrole als aan de belangen van het dierenwelzijn.

De sjocheet, ritueel slachter, moet door een religieuze autoriteit worden geaccrediteerd (als zodanig worden erkend) en staat onder rabbinaal toezicht, dat wil zeggen onder toezicht van een rabbijn.

In Nederland bevindt zich anno 2026 nog één slachtplaats waar volgens de sjechita wordt geslacht. Het gaat daarbij om enkele tientallen runderen per week. 


Op 21 december 1899 verliet Benjamin Manassen zijn geboorteplaats Druten om zich in Tiel in de Gasthuisstraat 5 als slager te vestigen.
Het gezin van Benjamin Manassen bestond uit de volgende personen:

  • Bets van Manassen – van Gelder, zijn vrouw
    Rotterdam 9 december 1875 – 16 april 1943 Sobibor 
    en hun kinderen: 
  • Sophia Jeannette, roepnaam Fie 
    Tiel 14 mei 1904 – 15 april 1977 Den Haag
  • Jeannette 
    Tiel 25 september 1906 – 27 augustus 1943 Auschwitz
  • Salomon Mozes 
    Tiel 15 oktober 1908 – 23 november 1988 Tiel 

Het vertrek van Druten naar het centrum van het Gelders Rivierengebied, de stad Tiel, werd mogelijk ingegeven door een aantal ontwikkelingen. Een belangrijk aspect was de, overigens algemene, trend om vanuit het platteland naar de grotere steden te trekken. Voor Joodse inwoners van ons land was Amsterdam (in het Jiddisch én in het algemeen Mokum, ‘stad’, genoemd) dé grote trekpleister maar ook andere centrumplaatsen waren in trek, waaronder Tiel.

Benjamin Manassen anticipeerde met zijn vertrek op iets dat uiteindelijk onvermijdelijk bleek: de opheffing van de Joodse Gemeente in Druten in 1906. Daarmee hield het Joodse leven in die plaats op te bestaan en verviel ook de klandizie voor het succesvol kunnen drijven van een koosjere slagerij.

Maar ook in Tiel was het allesbehalve rozengeur en maneschijn. Al vanaf het eind van de 19e eeuw was ook daar sprake van een relatief snelle én sterke daling van het aantal Joodse inwoners en een stijging van het aantal Joodse slagers, ook vanuit Buren waar de Joodse Gemeente bij gebrek aan leden was opgeheven.

Een van de gevolgen van de daling van het aantal leden was dat het bestuur van de kille van Tiel, de Joodse Gemeente van Tiel, niet alleen te maken kreeg met een daling van de inkomsten maar ook met problemen rond het bezetten van de talrijke bestuurlijke functies. 
Maar Ben Manassen toonde zich een toegewijd bestuurslid. Samen met onder anderen Aäron Blok (jarenlang voorzitter), David Salomon Gersons (hij vierde in 1936 het feit dat hij 30 jaar penningmeester was), Alexander van Dijk alsmede vader Elias en zoon Maurits van Blijdesteijn.

In het NIW van 22 oktober 1937 werd bij het op 64-jarige leeftijd overlijden van Benjamin Manassen uitvoerig stilgestaan. Er werd hulde gebracht voor het vervullen van tal van functies binnen en buiten de kille van Tiel. Zoals als voorzitter van de Gemieloes Gassodiem-gewre, het Israëlitisch Begraafgenootschap met als taak het verrichten van liefdewerken.

Het moet de parnassiem (het bestuur) niet altijd eenvoudig zijn geweest de Joodse kudde bij elkaar te houden. Tegenover een aantal zaken dat wél op sabbat en Joodse feestdagen gesloten was, stonden steeds meer zaken die op zaterdag wél geopend waren. Het kostte menigmaal moeite een minjan te maken, (minimaal) tien Joodse mannen van 13 jaar en ouder, bij elkaar te krijgen om een dienst te kunnen houden en niet weinig leden van de kille van Tiel gingen alleen op de Hoge Feestdagen ‘naar sjoel’. Dus op Rosj Hasjana(Joods Nieuwjaar), Jom Kippoer (Grote Verzoendag), Soekkot (Loofhuttenfeest), Chanoeka (het feest ter herdenking van de her-inwijding van de tempel), Poerim (het Lotenfeest ter herdenking van de redding van het Joodse volk dankzij inmenging van Esther) en Pesach (Joods Paasfeest).

Maar zakelijk gezien ging Benjamin Manassen tegen deze stroom in: in 1915 verhuisde hij met zijn jonge gezin naar het, om de hoek gelegen en aanzienlijk grotere, pand aan de Kerkstraat 9. Daar zou de zaak gevestigd blijven tot, bij het ontbreken van opvolging, de sluiting van de zaak, met inmiddels zijn zoon Sal(omon) als eigenaar, in 1971.

Maar zover was het toen nog lang niet. In 1932 werd, met Benjamin Manassen als een van de grote pleitbezorgers, het gemeentelijke slachthuis aan de J.D. van Leeuwenstraat geopend.

In het begin van de 20e eeuw was van overheidswege het toezicht op het slachten verscherpt en dat had tot gevolg dat in 1918 bij de firma W. Jager aan de Vleeschstraat een voor de regio bestemde centrale slachtplaats werd ingericht. Maar dat was maar een tijdelijke oplossing want in 1922 werden er weer hogere eisen aan het slachten gesteld door de inwerkingtreding van de vleeskeuringswet 

 Op 7 september 1926 ging de gemeenteraad van Tiel akkoord met het oprichten van een gemeentelijk slachthuis. Het kwam op de plek van de N.V. Tielsche Wasch- en Strijkinrichting De Linge en in combinatie daarmee werd er een weg aangelegd vanaf de Lingedijk naar de Kijkuit. Dat was inclusief de bouw van een kleine (inmiddels verdwenen) kleine brug over de Dode Linge. Deze straat werd vernoemd naar de stichter van de algemene begraafplaats Ter Navolging: J.D. van Leeuwen. 

Behalve een zaak in de Kerkstraat had de familie Manassen overigens ook nog een slagerszaak aan de Kleibergsestraat 1. Dat pand werd verhuurd. 

In een van de vitrines met Joods Erfgoed in (of een van de depots) van het Flipje en Streekmuseum in Tiel bevindt zich een klein drinkglas op zilveren voet waarin de letters BM met de cijfers 19-11-22 zijn gegraveerd. Het is de datum waarop Benjamin Manassen, naast slager decennia lang bestuurder van de Joodse Gemeente Tiel, 50 jaar oud werd.  

In 1933 nam het gezin Manassen, na de machtsovername van de nazi’s van Adolf Hitler en diens trawanten in Duitsland, gedurende enige tijd een uit dat land afkomstige Joodse vluchteling in huis. 

Opening van het slachthuis van Tiel. Staand 5e van links: Benjamin Manassen