OB 27 – Metaheerhuisje

Metaheerhuisje

In Metaheerhuisjes vond oorspronkelijk de tahara, de religieuze/rituele reiniging van het stoffelijk overschot plaats. Daar werd (en wordt) ook de hespeed, de lijkrede, uitgesproken. De door de Chewra Kadiesja (Heilige Vereniging) uitgevoerde tahara, vindt nu plaats in het Joods uitvaartcentrum. 

In het uit 1877 daterende huisje enkele eeuwenoude bij de tahara en levaja (begrafenis) gebruikte attributen en een enkele vitrines met religie-gebonden objecten  


De aanbesteding van het gebouwtje vond plaats op 31 augustus 1876 en de bouw moet voor de eerste levaja (begrafenis) in het nieuwe vak C eind maart 1877 zijn afgerond. 

Vergeleken met soortgelijke huisjes is dit niet alleen opmerkelijk groot maar heeft het een drietal grote ramen en is het relatief rijk geornamenteerd (versierd).  Het huisje heeft aan de binnenkant heeft tal van kenmerken van de Willem II stijl, de sobere Nederlandse versie van de in de 19e eeuw populaire neogotiek. Van deze bouwstijl, die teruggreep op de gotiek, de laatmiddeleeuwse bouwstijl (1140 – 1500), was Koning Willem II (1792 – 1849) onder de indruk geraakt tijdens zijn studie in Oxford. Dat was tijdens de ballingschap van de Oranjes in Engeland. In de jaren daarna liet hij meerdere panden in die stijl bouwen.

Bij het Tielse metaheerhuisje ontbreken overigens de voor de neogotiek kenmerkende pinakels (slanke torenvormige uitsteeksels), spitsbogen (spits toelopen ramen), rondbogen en de hoekzuilen.

Zo hebben de deurpartijen meer de kenmerken van het neoclassicisme: lijstwerk in de vorm van een licht gebogen bovendorpel. Aan weerskanten van de deuren zijn pilasters opgemetseld (uitstekende zuilen zonder dragende functie).

Op de top van de tuitgevel (schuin oplopende gevel) bevindt zich een eenvoudige versiering.

In het interieur bevinden zich enkele gotische vierpassen (vier elkaar overlappende, in een vierhoek gelegen cirkels: ‘passen’) die open zijn aan de kant waar ze elkaar raken.

Het bolhol profiel aan de buitenkant komt terug in het interieur. De blinde binnenmuur wordt door middel van lisenen (verticale, iets uit de muur springende stroken zonder voetstuk of bekroning) in geledingen (vlakken) verdeeld. Ze hebben alle alleen een decoratieve functie

Het gestuukte plafond heeft bij de restauratie in 2025, waarbij de houtwolcementplaten werden verwijderd, een brede plint gekregen. 

Objecten in het metaheerhuisje

In de jaren 2016-2020 werden de in het metaheerhuisje aanwezige objecten opgeknapt en waar nodig hersteld.

  • De met zink beklede kist voor de tahara (rituele reiniging) uit (waarschijnlijk) 1790. 
    • Dat getuige de tekst en het jaartal op de draagbaar.
    • In dat jaar 1790 had de Joodse Gemeente Tiel overigens nog geen eigen begraafplaats. Wellicht dat deze attributen werden gebruikt voor ‘Tielse levajot (begrafenissen) op de Joodse begraafplaats aan de Aalsdijk.
  • De beide bokken waarop de kist stond tijdens de tahara.
  • Een grote baktwee emmers en twee nappen, qua gezamenlijke inhoud net voldoende voor de tahara: 9 Kawien = ca. 20 liter 
    • Het lichaam werd, liggend onder een laken, ritueel gereinigd met een voorgeschreven hoeveelheid water. 
      De inhoud van de aanwezige emmers en nappen was exact voldoende (9 Kawien = ca. 20 L) om aan dat voorschrift te voldoen. De opvangbak, met de letters WD, was waarschijnlijk bedoeld voor het opvangen van het voor de reiniging gebruikte water en de afgelegde kleding van de overledene. Na de rituele reiniging werd de overledene gekleed in een door vrijwilligers gemaakt, uit zeven delen bestaand doodskleed terwijl mannen vaak in hun gebedsmantel (waarvan de tsietstiet [kwasten/schouwdraden] waren afgeknipt zodat ze waardeloos werden) worden begraven. Een wel complete hoek van gebedsmantel hing buiten de doodskist.  
  • Het draagbaar voor het transport van de doodskist naar het graf. Deze dateert (waarschijnlijk) uit 1790, dat gezien de daarop staande teksten (vertaald uit het Hebreeuws): 
    • ‘In het jaar van het verrichten van liefdadigheid 5550’ *) ‘Joodse Gemeente Tiel  
      Moge haar rots haar behoeden en leven schenken’
      *) Het jaar 5550 liep van 20 september 1789 tot 8 september 1790 in de gebruikelijke, Gregoriaanse, jaartelling) 
  • Een peilstok om tot een juiste afmetingen (H x B x D) van het graf af te meten.
  • Drie gebedsborden waarvan twee met teksten die van toepassing zijn tijdens de levajalewaje in het Jiddisch (begrafenis). 
    • In het bord rechts na de entree het kaddiesj, het gebed dat overigens niet alleen bij het gedenken van Joodse overledenen een rol speelt maar ook tijdens de synagogediensten. De tekst is overigens niet in het Hebreeuws maar in (overigens ook een Semitische taal) het Aramees. Het origineel bevindt zich in het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel.
  • Een (weer functionerend) fonteintje uit waarschijnlijk 1877. 
    • Het fonteintje diende voor het netsen (Jiddisch), reinigen, van de handen na een bezoek aan de (onreine) begraafplaats. Het dateert waarschijnlijk uit 1876 het jaar waarin de bouw van het metaheerhuisje werd aanbesteed. 
    • Het fonteintje is sinds begin 2019 weer functioneel. In dat jaar werden (door vrijwilligers) vele oude (gele) verflagen verwijderd en daarna werd het reservoir waterdicht gemaakt. Het wordt regelmatig gevuld met opgevangen hemelwater.
  • Het (niet functionerende) fonteintje, afkomstig uit de tussen 1837 en 1839 gebouwde (voormalige) synagoge met een vroeg 17e-eeuws bovenste deel en een vroeg 19e-eeuwse zwarte marmeren kuip. 
    • Het bovenstuk is waarschijnlijk afkomstig van een van de in Tiel aanwezige huissynagogen; de kuip is waarschijnlijk nieuw aangebracht tijdens de bouw van de synagoge.
  • De lezenaar, oorspronkelijk waarschijnlijk bestemd als amoed (de lezenaar van de chazan [voorzanger]) in de synagoge. 
    Op het leesvlak van de lezenaar hebben beide makers op 27 november 1838. Waarschijnlijk ter bekrachtiging van het gereedkomen ervan, hun handtekeningen gezet: vader Christiaan en zoon Dirk Feris. Beiden waren niet-Joodse, Nederlands-Hervormde zadelmakers en hadden hun zaak aan de Waterstraat. Wél hadden zij een Joodse buurman, wellicht hebben zij de opdracht mede aan dat contact te danken. Overigens was er nog een zadelmaker Feris aan de Voorstad. Waarschijnlijk heeft de lezenaar eerst, tot 1875, als amoed (de kleine lezenaar voor de chazan, de voorzanger, in de synagoge) dienst gedaan. Bekend is namelijk dat de synagoge in 1875 een nieuwe amoed kreeg. De daar toen aanwezige amoed is waarschijnlijk in dat jaar overgebracht naar dit, toen net gebouwde, metaheerhuisje. 

    • De op de voorkant van de lezenaar bevestigde Davidster is niet origineel maar in 2018, na het herstel van het object, aangebracht.
  • Zitbanken, uit de 20e eeuw (waarschijnlijk van na de oorlog) .

Informatie in de vitrines

In de zes verticale en de twee horizontale vitrines zijn objecten opgenomen die betrekking hebben op:

– Het Jodendom

    • Links
      • De enige foto van het interieur van de synagoge van Tiel in het NIW.  
        • De foto werd begin 1939 gemaakt ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de synagoge. 
      • Enkele keppeltjes. 
        • Ofwel kippa’s, hoofddeksels die worden gedragen door (orthodoxe) Joodse mannen. 
      • Een opengeslagen Torarol (met de 5 boeken van Mozes) in klein formaat met een geprinte tekst.
        • De in de synagoge gebruikte Torarollen hebben een groter formaat en de tekst is geschreven door een sofeer. 
      • Een kleine Toramantel. 
        • De Tprarollen worden altijd afgedekt door een mantel.  
    • Midden links 
      • Twee menora’s. 
        • Dat zijn de traditionele zevenarmige kandelaars die altijd voorkomen in de synagoge en Joodse huishoudens. De menora is het symbool van het Jodendom.
      • Twee mezoeza’s.
        • Dat zijn houdertjes, met daarin een bijbeltekst, die op (vrijwel) alle rechterdeurposten buiten en binnen een woning waarin Joden wonen worden bevestigd.
      • Havdala stel met houten houdertje voor de besamien.
        • Havdala is de plechtigheid waarbij wordt stilgestaan bij de overgang van de heilige sabbat naar de ‘gewone’ werkweek. Dan snuift men de geur van de besamienkruiden (tegenwoordig vooral kruidnagel) op en neemt die mee naar de nieuwe week.
      • Chanoeka
        • De 9-armige kandelaar die wordt gebruikt bij het in december vallende feest Chanoeka.
      • Tal van souvenirs uit Israël.
    • Midden rechts 
      • Seiderschotel van koper.
        • Deze wordt, gevuld met een geraden ei, een kippenbotje en groeten, gebruikt bij Pesach (Joods paasfeest).
      • Afbeelding uit de Hagada.
        • De Hagada is de ‘handleiding’, o.a. met teksten en afbeeldingen die de uittocht uit Egypte tonen, die bij Pesach wordt gebruikt.
      • Moderne kunststoffen Seiderschotel.
        • Gebruikt bij Pesach.
      • Afbeeldingen uit de Hagada.
        • De vondst van Mozes in het rieten mandje.
        • De doorgang door de Rode Zee.
      • Gevonden bij werkzaamheden op de begraafplaats.
    • Rechts 
      • Chanoeka kandelaar. 
        • 8 armen met een 9e arm voor de kaars die wordt gebruikt om de andere aan te steken).
      • Afbeelding van Yad Vashem onderscheiding.
        • Uitgereikt aan het echtpaar Roodnat. De onderscheiding wordt uitgereikt aan niet-Joden die het leven van Joden tijdens WO II hebben gered. 
      • Jodenster uit de 2e Wereldoorlog.
        • Joden waren vanaf 2 mei 942 verplicht die op hun bovenkleding te dragen. 
      • ‘Op weg naar het oosten’ uit de trein gegooide briefkaart van Suus van Buuren.
        • Met haar broer en schoonzuster werd zij op 9 januari 1943 opgepakt in Tiel en via Westernork gedeporteerd naar Auschwitz waar zij op 21 januari 1943 werden vermoord.
      • ‘Noodkreet’ van haar broer Samuel van Buuren ‘stuur levensmiddelen’. 
        • Verstuurd op 12 januari 1943 vanuit Kamp Westerbork aan (bijna) buurman Spies.
      • Het ‘Joodsche Klasje’ met juf Dolly Blok in juni 1942.
      • Het echtpaar Maurits en Evalien van Blijdesteijn begin mei 1942 met Jodenster op in hun winkel aan de Voorstad.
      • Verpakkingen van Jodenkoeken.
    •  Horizontale vitrine links 
      • Afbeelding van Israëlitische militair met Tefilien bij de Kotel (de Klaagmuur in Jerzulam). 
        • Tefilien zijn de gebedsriemen die voor een gebed worden ‘gelegd’. 
      • Tefilien.  
        • De gebedsriemen met daaraan de twee kokertjes waarin een Bijbeltekst is opgenomen.
        • De gebedsriemen verbinden hoofd – hart – hand met elkaar en worden gebruikt bij de dagelijkse gebeden thuis.
      • Talliet.
        • Dat is de gebedsmantel die, bij de orthodoxen alleen door de mannen, wordt omgeslagen tijdens de diensten in de synagoge én bij het uitspreken van de gebeden thuis.
    • Horizontale vitrine rechts 
      • Afschrift van een uittreksel van het bevolkingsregister van de naar Nederlandsch Oost–Indië vertrokken Hijmans 
      • Ratels  
        • Deze worden tijdens het Poerimfeest, waarbij in de synagoge wordt gelezen uit het Bijbelboek Esther gebruikt om lawaai te maken als de naam Haman wordt genoemd  
      • Jadje  
        • Dit aanwijsstokje (met aan de punt een handje met een uitgestoken wijsvinger) wordt gebruikt bij het tijdens de dienst in de synagoge lezen uit de Tora  
      • Kidoesjbeker  
        • Deze is bestemd voor de wijn (of druivensap) die onder meer wordt gedronken bij het begin en het einde (Havdala) van de sabbat 

Van herstel tot restauratie van het metaheerhuisje

Na de eerste aanzet in 1997 is het metaheerhuisje in een aantal stappen uiteindelijk, in 2025/2016, grondig gerestaureerd.

In 1997 werd het huisje beter hemelwaterdicht gemaakt. Voor een fundamentele bleek geen geld beschikbaar te zijn. Daarvan getuigt het jaartal 5757 dat in de dorpel van het huisje in het cement is ‘gekrast’.

In 2022 werd, na eerder tussentijds herstel van de gestuukte muur, in het kader van het landelijke project ‘Erfgoed Telt!’, een volgende stap gezet in het herstel. De vloer werd grondig aangepakt door het vervangen van de gebroken en het egaliseren van de aanwezige anderhalve eeuw oude estrikken’, een soort plavuizen. Ook werd een waterafvoer aangelegd. Maar er bleven vochtproblemen in de muren bestaan.  

In dat jaar werd ook de expositie in het metahaarhuisje aangepast. Er kwamen twee extra horizontale vitrines en de rekken met informatie konden verdwijnen omdat aan een voormalige afscheidingsmuur extra informatiepanelen werden bevestigd.

In 2025 werd het huisje grondig gerestaureerd. In dat jaar werden de muren vrij gemaakt van de daaraan bevestigde informatiepanelen.
Het na de oorlog aangebrachte plafond van houtwolcementplaten werd verwijderd, de in verschillende gevallen door houtworm aangetaste dwarsbalken werden uiteindelijk toch alle vervangen, het dak werd door het vervangen van veel zink hemelwaterdicht gemaakt, het goeddeels verdwenen stuukwerk aan de buitenkant werd opnieuw opgebracht en de door de tand des tijds vergane ornamenten aan de buitenkant werden hersteld.

In 2026 werd het schilderwerk aan de binnen- én buitenkant afgerond en werd de expositie heringericht.