OB 25 – Plateau met resten matsevot

Plateau met de resten van matsevot 

Niet alleen tijdens maar vooral ook na de oorlog werden op de begraafplaats tal van matsevot (grafmonumenten) door vandalisme vernield. 
Joodse graven kennen ‘eeuwigdurende grafrust’ waardoor zij niet mogen worden geruimd. Dat ‘niet mogen ruimen’ geldt niet alleen voor de lichamen maar ook voor de matsevot 

Eind 20e eeuw en in 2014 heeft de Stichting Boete & Verzoening op deze begraafplaats op grote schaal herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Aan de hand van een reconstructie van ‘wie ligt waar begraven’, opgenomen in het standaardwerk ‘Besneden en begraven … vijf eeuwen Joden in Tiel en het Gelders Rivierengebied’ van Jakob Becker, zijn tal van matsevot (zerken) herplaatst en zijn bij elkaar horende delen waar mogelijk herenigd. 

Vanaf 2025 heeft de Stichting Ter Navolging Tiel dat werk voorgezet en afgerond. Dat in nauwe samenwerking met de specialisten op het gebied van het behoud van (graf)monumenten, ‘Van Luijn Natuursteen’, ‘De Steen’ en ‘Aanpak Bouw & Riool’ 

Helaas konden niet alle resten van matsevot aan een bepaald graf worden gekoppeld. Bijvoorbeeld omdat te veel delen van teksten verloren waren gegaan.  

Resten van matsevot die niet tot een bepaald graf te herleiden zijn, zijn op deze plek verzameld. Dat in het verlengde van het feit dat matsevot noch resten daarvan een begraafplaats mogen verlaten. Dat is goed te zien aan het graf van Hester Hes – van Dijk(A III 7): de afgekeurde matseva ligt voor het nieuw, met rabbinale goedkeuring, geplaatste versie.
Op de nieuwe, rond de laatste eeuwwisseling geplaatste, matseva staat  dan ook (vertaald uit het Hebreeuws):

Opnieuw gebeiteld
door haar zonen
dochters en schoonzonen
En Esther werd naar de Koning 
genomen (1) op 13 Kislev 5602 
Dat is de vrouw vande heer rabbijn David Hes
Moge zijn Rots en Verlosser hem beschermen

Het idee van het op een bepaalde plek verzamelen van de resten is overgenomen vanuit Frankfurt waar de resten van matsevot in rijen zijn verzameld.