OB 24 – Oudste deel / vak A

Oudste deel/vak A

De Joodse begraafplaats is in 1827 aangelegd op de zandrug van de Dode Linge. Deze rivier loopt vanaf de Waal richting Zoelen waar deze aansluit op de Linge. Op deze, vanwege haar matige vruchtbaarheid, relatief goedkope grond is in 1836, kort na de aanleg van deze begraafplaats, nog een begraafplaats aangelegd: de Rooms-Katholieke begraafplaats aan de J.D. van Leeuwenstraat. Deze ten opzicht van de omgeving hoger gelegen grond leidde tot de bouw van een daardoor meer wind vangende molen en kreeg de naam de Molenwerf. Deze naam leeft voort in een nabij gelegen basisschool. 

De Joodse begraafplaats in Tiel heet officieel de Nederlands Israëlitische Begraafplaats die, sinds het opheffen van de Joodse Gemeente Tiel, in 1987 eigendom is van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, het NIK. Het NIK is de bundeling van de Joodse Gemeenten, de Kehillot, met een Asjekenazische achtergrond. Dat wil zeggen dat de leden ervan hun oorsprong vinden in de ten oosten van ons land liggende gebieden.  

Naast het NIK is er nog het PIK: het Portugees-Israëlitische Kerkgenootschap. Deze kent in ons land één kerkelijke gemeente die is gevestigd in Amsterdam. Deze verenigt alle Sefardische Joden in ons land. 
De leden van het PIK vinden hun oorsprong op het Iberisch Schiereiland: Spanje en Portugal. 

Door de eeuwen hadden verreweg de meeste leden van de kille van Tiel (Jiddisch voor Joodse Gemeente Tiel) een Asjkenazische achtergrond. Dat is te zien aan het feit dat matsevot, grafmonumenten, staan. Bij de Sefardische Joden liggen de zerken op het graf.  

Op Joodse begraafplaatsen in ons land is sprake van eeuwigdurend grafrecht. Dat wil zeggen dat de graven, inclusief de zich daarop bevindende matsevot, in beginsel niet worden geruimd.  

Een ander kenmerk is dat iedere overledene een eigen graf heeft. Er is dus nooit sprake van meerdere personen boven elkaar in één graf. Wel is er een enkele keer sprake van een dubbel graf, van twee naast elkaar liggende graven met daarop een dubbel grafmonument. 

Op matsevot zijn vaak religieuze functies van de overledene te zien. Het meest zichtbaar zijn de zegenende handen op de matsevot van de mannelijke nazaten van de priesters, de Kohaniem. Meestal, maar niet altijd, luidt hun achternaam Cohen. Andere meer voorkomende afbeeldingen slaan op functies als de moheel (diegene die besnijdenissen uitvoert op acht dagen oude jongens), de Leviet (te zien aan een schenkende kan en vaak met de achternaam Levie) en de blazer van de Sjofar 

Op de Joodse begraafplaats van Tiel zijn meerdere matsevot (grafmonumenten) te zien waarop de zegenende handen te zien zijn. Zij vormen samen de letter sjiem wat de afkorting is van het woord dat ‘allerhoogste betekent. 

Daarnaast is er in Tiel één matseva waarop een (gestileerde) sjofar te zien is. 

De toegang tot een Joodse begraafplaats gaat via het metaheerhuisje. Daarin vonden vroeger de rituele wassingen plaats, inclusief het omkleden van de overledene in de doodskleding, en vindt nu nog steeds het uitspreken van de hespeed, de lijkrede, plaats.  

Vak A is het oudste op deze begraafplaats die meerdere vakken kent. Dit vak ligt na de uitgang van het metaheerhuisje aan de linkerhand. 
De teksten staan allemaal richting de Visserstraat waaraan tot 1877 de ingang lag. 

Vak B bevindt zich achter vak A, het deel waar vroeger het eerste metaheerhuisje stond en waar altijd al kinderen werden begraven. Tussen 1930 en 1998 vonden daar ook volwassenen hun laatste rustplaats. 
Eén van de kleine matseva in dit vak B is met de tekst richting de Visserstraat: het is het graf van Lea Hirsch (Tiel 14 september 1870 – 15 maart 1872 Tiel). Dat dateert van vóór de uitbreiding van de begraafplaats met vak C ten oosten van het huidige metaheerhuisje rond 1877 

Vak C bevindt zich direct na de uitgang van het metaheerhuisje rechts Daar werd tussen 1877 en 1930 begraven. 

Vak D, ten zuiden van vak C gelegen tussen de voor een deel geslechte muur en de taxushaag, ligt de uitbreiding die bestemd is voor nieuwe graven. Die ruimte kwam beschikbaar door het naar het zuiden verschuiven van de grens van de begraafplaats. 

De oudste rij graven ligt in vak A en ligt tegen de zuidelijke muur. De nummering gaat, net als in het Hebreeuws, van rechts naar links. Ook in vak C gaat de nummering van rechts naar links. 

Vak A
Nadat de aanleg van het Bet Olam (het Huis van de Eeuwigheid), een andere benaming is Bet Haïm (Huis van het Leven), in 1827 was voltooid vond de eerste levaja (begrafenis, lewaje in het Jiddisch) waarschijnlijk plaats op zondag 24 februari 1828. 
Het was die van Salomon van Adelsbergen (1733 Emmerich – 23 februari 1828 Tiel). Hij was koopman en gehuwd met Hendrijn Philips (ca. 1733 – voor 1828 Buren).